Skip to main content

Martine De Mazière, Algemeen Directeur a.i

Research Topic Chapter
News flash intro
“Het is belangrijk dat we het personeel ook in de toekomst gunstige en verrijkende perspectieven kunnen aanreiken en dat de voorwaarden worden gecreëerd om op efficiënte manier bijkomende mensen en middelen aan te trekken en te benutten om op de wetenschappelijke uitdagingen te kunnen antwoorden.”
Body text

Niemand zal verwonderd zijn dat een terugblik op 2019 en 2020 overschaduwd wordt door de corona pandemie die in België toesloeg vanaf midden februari 2020, en waar we in 2021 nog steeds onder gebukt gaan. Deze wereldwijde crisis heeft diepe wonden geslagen in het leven van sommigen onder ons, ze heeft onze kwetsbaarheid aangetoond, maar ook onze veerkracht en het belang van wetenschappelijke kennis in het ondersteunen van politieke beslissingen. Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie is erin geslaagd om met de crisis om te gaan door zich aan te passen aan een meer digitale en ‘remote’ werkomgeving, met zijn voor- en nadelen. Zo zal die crisis ook onze toekomstige manier van werken en leven beïnvloeden. Ik denk dat we ook ingezien hebben hoe belangrijk het is om de collega’s te ontmoeten op de werkvloer, en om daarbij vrij en ongedwongen met mekaar te kunnen babbelen. Digitaal gaan en meer telewerken mogen dan streefdoelen zijn voor de toekomst, maar ze mogen niet ten koste gaan van de sociale contacten waar we als mens nood aan hebben.

Op wetenschappelijk vlak heeft het BIRA de afgelopen twee jaar wonderwel gepresteerd, ondanks de corona pandemie in 2020. Aan de gang zijnde ruimtemissies en onderzoeksprojecten gingen door, en nieuwe initiatieven werden opgestart; het Benelux netwerk voor de radiodetectie van meteoren, BRAMS, werd verder vernieuwd en uitgebreid, en een nieuw hieraan geassocieerd STEM-project met Citizen Science component (MOMSTER), ging van start. Het zijn vooral de experimenten aan de grond in het buitenland die te lijden hadden onder het verbod om te reizen en aldus ter plaatse instrumenten te installeren, te onderhouden of te repareren.  

De crisis betekende ook een wereldwijd experiment voor het milieu en onze atmosfeer: zoals de menselijke activiteiten een voetafdruk hebben op ons milieu, inclusief de atmosfeer, zo heeft ook de verscheidenheid aan ‘lockdown‘-maatregelen in de verschillende landen zijn sporen nagelaten in de atmosfeer.

BIRA-wetenschappers:

  • onderzochten de impact van de crisis op de atmosfeer en het klimaat, en
  • konden een tijdelijke vermindering van door de mens uitgestoten polluenten observeren, en een blauwere lucht o.a. ten gevolge van de vermindering van het luchtverkeer. 

Terwijl het luchtverkeer beduidend afnam, is het internetverkeer enorm gestegen: hoe beiden de uitstoot van CO2 en andere klimaatvariabelen beïnvloeden, is een boeiend onderwerp van onderzoek.

De wetenschappelijke bijdragen aan het corona-beleid, de ontwikkeling van de vaccins en het snel tempo van het onderzoek naar de impact van de lockdown-maatregelen op onze leefomgeving tonen nogmaals het belang van fundamenteel onderzoek aan: het is dankzij continue investeringen in fundamenteel onderzoek dat een onverwachte crisis zoals we nu beleefd hebben snel op wetenschappelijk onderbouwde antwoorden kan rekenen. 

Dankzij de continuïteit en zelfs lichte groei in de wetenschappelijke werking van het BIRA kunnen we gelukkig ook vaststellen dat het personeelsbestand van het BIRA in de voorbije twee jaren niet gedaald is: onze externe inkomsten hebben hier borg voor gestaan. Niettemin valt het sterk te betreuren dat de structurele financiering door de federale overheid eerder de tegengestelde richting uitgaat.

Maar er zijn hoopvolle tekenen dat een nieuwe wind opsteekt in het beleid ten aanzien van de federale wetenschappelijke instellingen, die ons moet toelaten aan autonomie en efficiëntie te winnen in het beheer van onze budgetten en investeringen, en van ons personeel, die de verdere ontwikkeling van een digitale structuur ondersteunt en die meer aandacht schenkt aan klimaatonderzoek en diensten op interfederaal niveau. We zijn in elk geval goed gewapend om de toekomst hoopvol tegemoet te zien, met belangrijke wetenschappelijke uitdagingen in het domein van de aeronomie, inclusief deelname aan nieuwe satellietmissies naar Venus, Jupiter, en kometen, en de verdere ontwikkeling van de ESA Earth Watch missie ALTIUS ”made in Belgium”.

Nu de teleconferenties goed ingeburgerd zijn, zullen we waarschijnlijk naar een hybride conferentiecultuur overstappen, met deels reële en deels ‘remote’ bijeenkomsten, en een groter aandeel telewerk in onze dagelijkse manier van werken. Maar de belangrijkste pilaar van een vruchtbare toekomst blijft het personeel: we hebben op dit moment gemotiveerde en bekwame mensen: ik wens hen uitdrukkelijk te bedanken voor hun blijvende inzet, ook in de moeilijke omstandigheden van 2020 en van vandaag. Het is belangrijk dat we hen ook in de toekomst gunstige en verrijkende perspectieven kunnen aanreiken en dat de voorwaarden worden gecreëerd om op efficiënte manier bijkomende mensen en middelen aan te trekken en te benutten om op de wetenschappelijke uitdagingen te kunnen antwoorden.

 

Martine De Mazière
Algemeen Directeur a.i.

14 april 2021

Figure 2 body text
Figure 2 caption (legend)
NO2-satellietwaarnemingen voor 2019 (links) vergeleken met de NO2-waarnemingen van 2020 (rechts). De gegevens zijn uitgemiddeld over de hele lockdownperiode, van 18 maart tot 4 mei.